Moet ik nog steeds een jaarrekening maken?

2 februari 2014

Regelmatig vragen ondernemers zich af of ze nu nog wel een jaarrekening moeten opstellen. Een terechte vraag zou je zeggen.

Voor ondernemers die via een rechtspersoon (BV/NV) ondernemen is het antwoord op de vraag betrekkelijk eenvoudig. De verplichting tot het opstellen van een jaarrekening volgt uit artikel 2:101 of 2:210 BW. ‘Jaarlijks dient binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlening van deze termijn met ten hoogste zes maanden, maakt het bestuur van de vennootschap een jaarrekenig op en legt deze voor de aandeelhouders ter inzage ten kantore van de vennootschap.’ Voor hen is er dus geen ontkomen aan!

Voor ondernemers die ondernemen zonder dat er sprake is van rechtspersoonlijkheid -eenmanszaak, maatschap, vennootschap onder firma, ligt het anders. Van geval tot geval dient beoordeeld te worden of het noodzakelijk c.q. gewenst is om een jaarrekening op te (doen) stellen.

Veelal volgt de noodzaak tot het opstellen van een jaarrekening uit de overeenkomst of uit een financieringsovereenkomst met de bankier.

Ik beperk mij verder tot die ondernemingen die zonder echtspersoonlijkheid opereren.

Werd in het verleden gebruik gemaakt van de diensten van een accountant dan was er geen ontkomen aan. De accountants hadden geen echte escape om aan het opstellen van een jaarrekening te ontkomen. In accountantsland

kenden we tot voor de introductie van Standaard 4400 ten minste een samenstelopdracht die uitmonde in een samenstellingsverklaring bij de jaarrekening.

De samenstellingsverklaring is mooi, maar zegt in feite niet veel en biedt de gebruiker ook maar weining zekerheid. Voor vele ondernemers eigenlijk een product waar men doorgaans niet echt op zat te wachten. Het boekjekwam veelal ver na het verstrijken van het boekjaar en kreeg een mooie plek in de kast om stoffig te worden. Niet meer naar omkijken! Wat geweest is, is geweest was een veel gehoord gezegde.

Tijden veranderen. Sinds 2007 bestaat Standaard 4400. Een opdracht tot specifiek overeengekomen werkzaamheden. Deze opdrachtvorm is een kapstok voor de ondernemer en zijn accountant beperkte werkzaamheden af te spreken.Impliciete voorwaarde om een dergelijke opdracht te geven is dat er geen sprake is van rentedragend vreemd vermogen.

U kunt dus onder het juk van het (doen) opstellen van een jaarrekening uit en toch gebruik blijven maken van de deskundigheid van een accountant. Dat is een mooie uitdaging en zorgt tegelijkertijd voor de vraag wat levert die accountant mij dan?

In accountantsland zijn we dit een opdracht tot het samenstellen van een winstaangifte gaan noemen. Geen mooi boekje meer, geen overtollige ballast in de kast en geen stofdoek meer nodig!

Het uitgangspunt is en blijft natuurlijk de financiele administratie van de onderneming. Hoe beter de kwaliteit hiervan is des te korter de tijd die een accountant moet besteden aan het samenstellen van de winstaangifte. Geen toelichting en specificaties meer, maar zoeken naar de aanvaardbaarheid van de aangifte als grondslag voor het vaststellen van de aanslag inkomstenbelasting. Dat is een heel ander uitgangspunt dan de in Nederland geldende algemeen aanvaarde grondslagen voor externe verslaglegging.

Piet Hoogeveen AA RV

Het Ondernemersbelang//Editie 02-2014